Het inclusieve speel- en sportterrein, de plek waar “alle” kinderen spelen, op eenzelfde toestellen.

Geïntegreerde speeltuin
Inclusieve speeltuin, ontworpen door Proludic

Omdat een kind met een handicap in de eerste plaats een kind is, ontwerpt, maakt en plaatst Proludic speel en sportterreinen die voor iedereen toegankelijk zijn. Onze toestellen en onze dynamische, sprankelende designs zien niemand over het hoofd, dankzij aangepaste producten die nooit stigmatiseren. Proludic is aangesloten bij NOVA CHILD, een netwerk gewijd aan innovatie voor het welzijn van kinderen. Zij werken al jaren samen met specialisten op het gebied van universeel design, gezondheidsprofessionals en verenigingen voor kinderen met een handicap. Hierdoor kunnen we relevante oplossingen bieden en kan echt ieder kind spelen en zich ontspannen. Onze installaties werden ontworpen met het oog op een positieve interactie tussen spel, sport en kind. Dankzij een betere beheersing van de omgeving kan het kind zo steeds meer zelfvertrouwen opbouwen.

Kinderen met een motorische handicap

Een kind met een handicap – van welke aard ook (meervoudig, dwarslaesie, spierdystrofie, …) – moet kunnen worden gestimuleerd om zijn motorische, sociale, zintuiglijke en cognitieve ontwikkeling te optimaliseren. Het kind moet worden aangemoedigd om zijn zwakke mobiliteit te compenseren en te leren omgaan met zijn behendigheidsproblemen en zijn moeilijkheid om van positie te veranderen of de juiste positie te behouden. Precies daarom ontwerpt Proludic speel- en sporttoestellen die het lichaam in beweging zetten en het kind doen opleven, en dat altijd met brede zitjes, relingen of anti-kantelzones. Het kind voelt zich dus gewaardeerd en meetellen, met eenvoudige en aangepaste toestellen.

Door mee te spelen, heeft het kind ook meer contact met kinderen zonder handicap. De toegang tot de toestellen wordt vergemakkelijkt door een hellend vlak, lage vloeren, veilige treden en vloeren zonder hoogteverschillen. De vele openingen maken het voor begeleiders ook mogelijk om zo nodig snel in te grijpen.

Blinde of slechtziende kinderen

Een gebrek of tekort aan visuele stimulatie leidt vaak tot een psychomotorische achterstand bij blinde of slechtziende kinderen. Het moet zich daarom kunnen ontwikkelen in een veilige omgeving, afgestemd op de optimalisatie van zijn motorische vaardigheden, waarbij ook zijn sociale, zintuiglijke en cognitieve ontwikkeling wordt gestimuleerd. Zo wordt de motorische ontwikkeling bevorderd door het gebruik van felle primaire kleuren, waardoor de activiteiten gemakkelijker te vinden of te begrenzen zijn. Om de directe omgeving te kunnen inschatten, gaat de prioriteit ook naar structuren die vormen, maten, gewichten, texturen enz. sneller herkenbaar maken. Op die manier wordt het visueel gehandicapte kind gerustgesteld en heeft het mentaal meer ruimte voor contact met andere kinderen om zo zijn socialisatievaardigheden te ontwikkelen. Zijn bewegingen in de speeltuin worden vergemakkelijkt door voetcontactmarkeringen in verschillende materialen op de grond. Ook braille wordt gebruikt om de activiteit toe te lichten. Tot slot worden er ook waakzaamheidselementen geïntegreerd, zoals gesloten ruimtes of veranderingen in de grond, zodat de contouren van de speeltuin duidelijk blijven.

Dove of slechthorende kinderen

De motorische ontwikkeling van een doof of slechthorend kind wordt soms verstoord door een evenwichtsprobleem of moeilijkheden als het op snelheid en coördinatie aankomt. Om deze moeilijkheden te overwinnen, krijgt de speeltuin visuele herkenningspunten om de instructies uit te leggen. Symbolen of structuren die hun gebruik suggereren hebben ook de voorkeur. Om het isolement waarin het dove of slechthorende kind zich soms bevindt te doorbreken, wordt voorrang gegeven aan interactie door middel van activiteiten die de andere zintuigen prikkelen, maar ook trillingen en de sensaties die luchtstromen opwekken. Om tot slot te verzekeren dat het kind gevaren kan herkennen, en kan worden gerustgesteld door de aanwezigheid van begeleiders, krijgt de speeltuin gekleurde symbolen op de toestellen of de grond. In de onmiddellijke omgeving staat ook meubilair voor het comfort van de begeleiders.

Kinderen met een mentale handicap

Hoewel de motorische ontwikkeling van een kind met een mentale handicap over het algemeen vergelijkbaar is met die van een kind zonder handicap, verschilt zijn denkvermogen wel met dat van kinderen van zijn leeftijd.

De inclusieve speeltuin moet daarom structuren met eenvoudige vormen en kleuren aanbieden. Ook moet de ruimte logisch zijn ingericht. Het moet de fijne motoriek van het kind prikkelen en ontwikkelen. Daarom worden er eenvoudige toestellen met verschillende moeilijkheidsniveaus aangeboden. Voor de jongste kinderen zijn er speelstructuren die zijn gericht op de zintuigelijke ontwikkeling. De stimulans die ze bieden, compenseert de discrepantie tussen leeftijd, lichaam, handelingen en perceptie. Om te verzekeren dat het kind veilig en vol vertrouwen kan spelen, is de speeltuin zo ingericht dat begeleiders meteen kunnen ingrijpen. er is ook meubilair voor een optimaal comfort.

Kinderen met autisme

Een kind met autisme heeft één grote handicap ten aanzien van een kind zonder handicap: het vindt het heel moeilijk om sociale relaties aan te gaan. Niet elk kind met autisme heeft hier evenveel last van. Die sociale handicap kan elk contact met anderen onmogelijk maken of gewoon erg lastig zijn en verdwijnen zodra het kind erin slaagt contact te leggen met iemand anders. In ieder geval is sociale integratie, hoe moeilijk ook, altijd goed voor het kind. Daarom maken de speeltuinen het mogelijk visuele herkenningspunten en gewoonten te creëren. Die zijn heel belangrijk voor het evenwicht van een kind met autisme, dat behoefte heeft aan herkenbaarheid en vaste rituelen. De voorkeur gaat dan ook uit naar kleurrijke spelen, een fysieke structuurscheiding en een logisch speeltuintraject. Om het kind een gestructureerde, voorspelbare en geruststellende omgeving te bieden, heeft de speeltuin maar één ingang en één uitgang. Wedijver tussen de kinderen is taboe. Progressiviteit in de uit te voeren activiteit wordt daarentegen aangemoedigd. Om een shutdown (het kind lijkt verlamd, de hersenen gaan in waakstand, het trekt zich terug) te voorkomen, biedt de speeltuin tot slot rustige ruimten waar het kind even kan schuilen voor de blikken van anderen, voor drukte en lawaai. En net zoals in alle speeltuinen wordt de ondersteuning door begeleiders bevorderd en kunnen ze gebruikmaken van comfortabel meubilair.